LOS staat voor Leren door Onderzoek en Samenwerking.

Kinderen van de basisschool groeien op in de 21ste eeuw. We bereiden ze voor op beroepen die nu vaak nog niet eens bestaan. Natuurlijk moeten ze goed kunnen rekenen en ook begrijpend lezen en spelling zijn belangrijk. Maar vaardigheden als presenteren, samenwerken en kennis vergaren en filteren op bruikbaarheid zijn vaardigheden die essentieel zijn, nu en zeker nog meer in de toekomst. De wereld wordt steeds complexer en samen komen tot een goede oplossing van een vraag wordt een basisvaardigheid die van elke persoon gevraagd zal worden. “Dat zoeken we even op” heeft een totaal andere dimensie gekregen. Vroeger werd er dan gekeken in een encyclopedie. Nu zal de vraag vaak worden ingevoerd bij een zoekmachine op internet. Maar is dan het eerste antwoord ook het juiste antwoord? Vaak roept een antwoord weer nieuwe vragen op en zo verdiepen kinderen zich verder in een onderwerp.

De methodiek is gekoppeld aan de kerndoelen van wereldoriëntatie, of zoals het ook genoemd wordt “oriëntatie op je zelf en de wereld”. Vandaar ook WO-LOS. WereldOriëntatie Leren door Onderzoek en Samenwerking.

Er zijn vijfentwintig thema’s verdeeld over de groepen 3 t/m 8. (zie bijlage) Sommige thema’s komen vaker voor. Telkens wordt een thema aangeboden voor de groepen 3-4, groepen 5-6 en groepen 7-8.

Doordat er een cyclus van twee jaar is, worden alle thema’s in alle groepen aangeboden. Hierdoor is de methodiek van WO-LOS ook prima geschikt voor het werken met combinatiegroepen.

WO-LOS is een integrale aanpak voor wereldoriëntatie. De thema’s gaan telkens uit van één van de drie onderdelen, namelijk geschiedenis, aardrijkskunde of natuur/biologie. Het zal echter vaak voorkomen dat ook andere onderdelen van de wereldoriëntatie ter sprake komen bij de uitwerking van de thema’s. De nadruk in de doelen, behorend bij een thema ligt op geschiedenis, aardrijkskunde of natuur/biologie.

De rol van de leerkracht verandert bij WO-LOS. Bij de meeste methodes is de leerkracht de instructeur voor de klas. Bij WO-LOS is de leerkracht vooral de coach tussen de kinderen. De leerkracht coacht de kinderen, opdat de kinderen in ieder geval de doelen behalen die zijn gesteld bij de thema’s en zo mogelijk verder verdiepend met de vragen aan de slag gaan. Verder coacht de leerkracht de kinderen op tijd. Als kinderen al te enthousiast met een onderwerp aan de slag gaan en niet tot een presentatie komen, is het aan de leerkracht om te beoordelen of de leerdoelen wel behaald worden en leerlingen ook met het volgende onderwerp aan de slag kunnen.